Blog new
Wetenschappelijke onderzoeken
“Do you want a love story or a life story?” – Ester Perel
Zij die me kennen weten dat ik fan ben van de befaamde Belgisch-Amerikaanse relatietherapeut Ester Perel. Volgens haar is de vraag die je jezelf moet stellen: “Would you like to have a love story or a life story?” (vrij vertaald: Wil jij een liefdesverhaal of een levensverhaal?) Een love story kennen we allemaal onder de vorm van sprookjes, rom-coms , télénovela’s, love songs, poëzie… Het gaat hier over de passionele intensieve allesoverheersende maar kortstondige liefde tussen 2 mensen. A life story is wat mensen hebben in de realiteit: een band waar je beide dagelijks aan moet werken, die soms avontuurlijk en passioneel is maar vooral saai en routineus. Een band waar je ondanks alles de persoon graag blijft zien, blijft respecteren en vertrouwen en vice versa. Een van haar belangrijkste quotes in die context is: “the quality of your relationships determinates the quality of your life” (vrij vertaald: De kwaliteit van je relaties bepaalt de kwaliteit van je leven).
Beide verhalen delen dezelfde basis. Om een relatie aan te kunnen gaan moet je je als persoon openstellen tegenover de andere. Dat wil zeggen dat je zowel gelukkige momenten zoals plezier, avontuur, vertrouwen toelaat als de pijnlijke momenten zoals verdriet, teleurstelling, saaiheid… Wat dit te maken heeft met adoptie? Zoals iedereen kunnen geadopteerden romantische relaties aangaan. De uitdaging zit hem echter in het behouden van de relatie op een manier dat niet wordt bepaald door verlatingsangst. In een vorige blog (link van die blog) besprak ik hoe adoptie de geadopteerde onbewust aanleert dat (ouderlijke) liefde toch niet zo onvoorwaardelijk is. Dat heeft een onmiskenbare impact op latere relaties. Als de eerste 2 belangrijkste mensen in ons prille leven ons in de steek kunnen laten waarom zou ik me nu dan opnieuw zo kwetsbaar opstellen wanneer ze me onvoorwaardelijke liefde beloven?
Een partner en een ouder zijn hoogstwaarschijnlijk de enige mensen in je leven die de belofte van onvoorwaardelijke liefde gaan uiten. Ouders in functie van onvoorwaardelijke ouderliefde en een romantische partner in functie van zijn of haar onvoorwaardelijke liefde-getrouwheid. Doordat de partner een belofte van onvoorwaardelijkheid uit, triggert dit de onvervulde behoeften en willen we die in het contact met de partner alsnog vervuld zien. De partner is niet de oorzaak van ons trauma, maar wel de trigger die de pijn kan wakker maken. Helaas kan de partner de schade die is aangericht door anderen (zoals de biologische ouders) niet goed maken. Wanneer we dat onbewust gaan verlangen van de partner dan gaan we hen een rol van vader of moeder geven in de relatie. Het gevolg laat zich raden: weg intimiteit.
Partners die niet volledig aanwezig (kunnen) zijn, kiezen vaak onbewust ook voor partners die niet volledig aanwezig (kunnen) zijn. Deze schijnveiligheid wordt een uitdaging als het vertrouwen in de relatie een deuk krijgt. Of als één van de partners zichzelf ontwikkelt en leert om meer aanwezig te zijn.
Als een geadopteerde in een langdurige relatie zit, zien we vaak dat de geadopteerde partner niet meer dezelfde is waarop de andere partner verliefd op is geworden. Omdat een geadopteerde partner verandert naarmate de relatie evolueert. Zo ontstaan er miscommunicaties en zelfs ruzies die het herstel van de verbinding tussen beide partners heel uitdagend kunnen maken.
Daarom is het belangrijk dat niet alleen de geadopteerde maar ook zijn of haar partner ergens terechtkan met hun gevoelens, gedachten en vragen rond adoptie. Ben jij een partner van een geadopteerde en zit je met vragen of frustraties rond adoptie, aarzel dan niet om contact op te nemen.
All Rights to share, blog and use are permitted by Universal law provided the content is copied unaltered, is distributed freely, and the author + website is mentioned. Tara Mergeay www.adoptiecoach.be
Slapen met mijn ogen open
Bindingsangst, verlatingsangst en pleasegedrag, in mijn ogen zijn dat symptomen van een diep trauma. Bij adoptie is het trauma het moment van de ‘afstand’. Zoals ik al eerder zei in mijn vorige blogs: “Voor elke adoptie is er eerst een afstand, elke afstand is een breuk en elke breuk is een (mogelijk) trauma”. Mensen denken heel snel dat we dan enkel spreken over de breuk tussen de moeder en het kind. Besef beste lezer, dat adoptie niet enkel een breuk is tussen een moeder en kind, maar ook een breuk met de biologische vader, grootouders, broers en/of zussen, ooms en tantes, alsook een breuk met biologische gemeenschap en cultuur.
Vooraleer we bekijken hoe deze 3 symptomen van trauma een rol spelen in het leven van de adoptiedriehoek , moeten we eerst een belangrijk verschil ontleden. Namelijk het verschil tussen ‘angst’ en ‘bang zijn’, twee concepten die we vaak door elkaar gebruiken.
Wat is het verschil tussen angst en bang zijn?
Bang zijn kan gedefinieerd worden als ergens bang voor zijn. Je bevindt je dan in een staat van angst en meestal ben je niet in staat om iets te doen aan de oorzaak van de angst. Bang zijn kan ook gebruikt worden om je zorgen te uiten, bijvoorbeeld wanneer je zegt: “Ik ben bang dat ik niet geslaagd ben voor mijn eindexamens”.
Angst is de meest basale en aangeboren emotie die mensen en dieren voelen. Het is een emotie als reactie op een situatie die wordt gezien als een bedreiging voor je leven. Er zijn twee soorten angst: rationeel- gepast en irrationeel - ongepast (= fobie). Bang zijn is geen emotie zoals angst en is vaak irrationeel en tijdelijk, terwijl angst wel rationeel kan zijn en van nature langduriger is.
Bindingsangst, verlatingsangst en pleasegedrag en hun impact op menselijke relaties
Om een (vriendschaps)relatie aan te kunnen gaan moet elke persoon (met of zonder adoptieachtergrond) zich zo opstellen tegenover de andere dat je zowel gelukkige (plezier, avontuur…) als pijnlijke (verdriet, teleurstelling…) momenten toelaat. Mensen zijn namelijk niet perfect, ook al willen we dat graag.
Met dit alles in het achterhoofd gaan we nu dieper ingaan op de 3 symptomen van een diep trauma. We beginnen met bindingsangst. Op LinkedIn verwoordde relatietherapeut Cécile Schlangen het als volgt: “ Je kan niet anders dan de liefde opgeven voor iemand die je eigenlijk zo lief hebt”. Iemand met bindingsangst zal vaak mensen op afstand houden om te voorkomen dat ze hem of haar kunnen kwetsen. De achterliggende gedacht is dat als je voldoende afstand houdt, anderen je niet kunnen verlaten en je dus ook niet gekwetst kan worden.
Verlatingsangst beschrijft zij dan weer als “een angst die zorgt dat je blijft bij de hunkering naar de onbereikbare andere of die nu lief of bot zijn”. Iemand met verlatingsangst kan zich binden aan een ander. Eens de relatie tot stand is gekomen ontstaat er een diepe angst dat men gaat verlaten worden. Bijgevolg gaat men alles doen voor die persoon in de hoop dat deze je leuk blijft vinden en je dus niet zal verlaten. Verlatingsangst gaat gepaard met (hardnekkig) pleasegedrag.
Tot slot is pleasegedrag gedrag waarbij je de ander altijd centraal gaat zetten zowel in je handelingen, woorden als gedachtegang. Het gevolg is dat wanneer je toch teleurgesteld en verlaten wordt (bijvoorbeeld door een liefdesbreuk, verhuis, de dood, zware ruzie…) je jezelf volledig kan verliezen omdat de focus altijd bij de ander werd gelegd en amper bij jezelf. Een tweede gedachtegang verschijnt dan ook vrij snel ten tonele namelijk: “Ik ben niet goed genoeg om bij te blijven, want als deze versie van mezelf die zo hard pleasde niet goed genoeg was, wat is dan wel goed genoeg om me graag te zien? Wat moet en kan ik nog (meer) doen?”. Onbewust herval je zo opnieuw in een mindset die in functie van de ander staat en niet in functie van jezelf. De reden hiervoor is dat pleasegedrag hand in hand gaat met een laag zelfbeeld, weinig zelfliefde, lage zelfzorg en een lage zelfwaarde.
Ik hoor je nu denken: “Tara, iedereen heeft wel een beetje pleasegedrag in zich, toch?”. En dat klopt, alleen is dit gedrag bij geadopteerden vaak in extremere mate aanwezig zonder dat we ons daar altijd van bewust zijn. Pleasegedrag is ons dan ook van kleins af aan aangeleerd vanaf het moment dat we geplaatst worden in het nieuwe (adoptie)gezin. Dit klinkt misschien hard maar onbewust leert adoptie de geadopteerde aan dat (ouderlijke) liefde dan toch niet zo onvoorwaardelijk is. De redenering hierachter is dat de eerste twee belangrijkste mensen in ons prille leven ons in de steek kunnen laten dus waarom zou ik me nu opnieuw zo kwetsbaar opstellen wanneer ze me ‘onvoorwaardelijke’ liefde beloven?
Ik vertoonde tot mijn 27ste een zeer groot pleasegedrag. Ik was me er lichtjes van bewust maar de extreme mate ervan was mijn grote blinde vlek. Voor mij was dit een deel van mijn persoonlijkheid en dus normaal. Maar dan brak mijn, in mijn ogen, eerste grote liefde mijn hart en koos hij voor iemand anders. Door de manier waarop werden onbewust al mijn verborgen trauma’s getriggerd. Mijn vaste grond werd drijfzand en ik zakte zo diep dat mijn liefdesverdriet al heel snel een identiteitscrisis werd. Het heeft 7 jaar geduurd om mezelf oprecht te vinden en mijn eigen angsten te leren begrijpen. Leren om er op een andere manier mee om te gaan en door te beseffen dat verlatingsangst vaak een patroon is en geen eigenschap. Verlatingsangst is een handeling, het definieert je niet. Je kunt dus iets anders doen, zonder jezelf te verliezen. Ik ben er nog lang niet, maar de angst is niet meer zo versmachtend als vroeger.
Bronnen:
Pleasegedrag: ben je een pleaser en wil je ermee stoppen? (desteven.nl)
Angststoornissen - Van schrik naar angst | Medipedia
Verschil tussen angst en bang, vergelijk het verschil tussen vergelijkbare termen (strephonsays.com)
All Rights to share, blog and use are permitted by Universal law provided the content is copied unaltered, is distributed freely, and the author + website is mentioned. Tara Mergeay www.adoptiecoach.be
Het effect van adrenaline en dopamine bij geadopteerden
De meeste mensen beseffen niet wat er allemaal van een kleine baby, peuter of kleuter geëist wordt wanneer die geadopteerd wordt. In de eerste plaats wordt er van adoptiekinderen verwacht dat ze van de ene dag op de andere alles wat hen bekend is vergeten en het nieuwe onbekende omarmen. Ze moeten vreemden zonder aarzelen erkennen als ouders, ook al hebben velen dat niet eens gekend doordat ze hun eerste levensjaren doorgebracht hebben in weeshuizen, pleegzorg, enz. Mensen verwachten dat ze bijna meteen gewend zijn aan nieuwe geuren, smaken (eetcultuur), geluiden, een nieuwe taal, ander klimaat en andere waarden en normen aanvaarden als die van henzelf. Wanneer ze wat ouder zijn en naar school gaan wordt dan ook nog eens verwacht dat ze snel vrienden maken (anders ben je eenzaam en zelfs asociaal) en dat ze goed presteren (anders is er meteen sprake van een ‘leerstoornis’). Bovendien moeten ze probleemloos kunnen omgaan met frequent racisme en discriminatie. Als ze hier de aandacht op vestigen dan zijn zij diegenen die te veel tam tam maken en het probleem zijn. Alles wat ik hier opnoem is voor een niet-geadopteerde volwassene al super moeilijk. Toch wordt het verwacht, zelf geëist, van een geadopteerd kind en dat vanaf zijn eerste levensjaren. Lossen ze die verwachtingen niet in dan krijgen ze te horen dat niet gehecht zijn, niet loyaal of zelfs ondankbaar. Doordat we continu moeten voldoen aan die torenhoge verwachtingen zijn geadopteerden constant op hun hoede. Ze worden gedreven door angst wat zich gaat uiten in de vorm van stress.
Adrenaline en dopamine
Wat heeft dat nu te maken met adrenaline en dopamine? Stress wordt in het lichaam omgezet in het hormoon adrenaline. Adrenaline maakt deel uit van een geprogrammeerde stressrespons die wordt geactiveerd om ons te helpen omgaan met wat het lichaam als een onmiddellijke bedreiging ervaart. Een adrenalinestoot is een van de vitale afweermechanismen van het lichaam. Bovendien voelen we stress ook daadwerkelijk in ons lichaam in de vorm van spierklachten (verkramping), darmklachten, migraine, concentratieproblemen, hoge bloeddruk, schommelingen van de suikerspiegel…
Dopamine is volgens de website zorgwijzer.nl een molecuul dat fungeert als regulerende neurotransmitter. Die zorgen ervoor dat signalen tussen de zenuwcellen op de juiste manier worden doorgegeven. De hoeveelheid dopamine in je systeem beïnvloedt hoe:
- gemotiveerd je je voelt om dingen te ondernemen
- je het leven ervaart (stemming en perceptie)
- je je voelt om iets wel of niet te bereiken
Dopamine komt vrij wanneer we een 'beloning' krijgen, maar ook in afwachting hierop - het triggert de motivatie/beweging. Nadat je een dopaminepiek hebt bereikt, zakt de hoeveelheid dopamine onder het basisniveau. De crash (veroorzaakt door het tijdelijk tekort aan dopamine) die je ervaart, is proportioneel met de hoogte van de piek die je eerder hebt ervaren. Hoe hoger de piek, hoe dieper (en langer) de crash. Wanneer je herhaaldelijk iets doet waar je van geniet, gaat je drempel voor plezier steeds verder omhoog en ontstaat het gevaar op verslaving. Iets wat jammer genoeg vaker voorkomt in het leven van een geadopteerde door het please-gedrag dat ik in mijn vorige blog ‘Slapen met mijn ogen open ’ aanhaalde.
Wat is verslaving?
“Een verslaving is een gedragspatroon waarbij je verslaafd bent aan een stof of activiteit en niet meer in staat bent om te stoppen, ondanks de negatieve gevolgen. Dit kan een manier zijn geworden om de pijn en emoties van het trauma te onderdrukken en verzachten.” (zie website connection-sggz.nl). Het maakt niet uit aan wat. De bekendste verslavingen zijn die aan alcohol, roken, seks, gokken, drugs maar je kan ook verslaafd zijn aan shoppen, eten, chocolade, koffie, tv, gamen... Wanneer je het gebruikt om je verdriet te onderdrukken, als psychische of emotionele pijnstiller, spreken we van een verslaving. Genetische aanleg en sociale context kunnen de verslavingsgevoeligheid beïnvloeden, maar we zien vaak dat vooral stress en trauma kunnen leiden tot verslaving. Andersom is ook mogelijk, zo kan een trauma er ook voor zorgen dat je naar verdovende middelen grijpt om de pijn die ermee gepaard gaat te onderdrukken. Het is een vicieuze cirkel waar je alleen moeilijk uitgeraakt.
Voor alle duidelijkheid, ik zeg niet dat geadopteerden allemaal verslaafde mensen zijn. Wat ik wil zeggen is dat we door de aanwezigheid van trauma op vroege leeftijd (zoals gemis, verdriet en herinneringen) gevoeliger zijn om een verslaving te ontwikkelen dan niet-geadopteerden. Nogmaals, elke mens is uniek met een eigen draagkracht en veerkracht en elke persoon, geadopteerd of niet, krijgt te maken met tal van uitdagingen in het leven. Hoe we daarmee omgaan zal uiteindelijk bepalen of we al dan niet een verslaving ontwikkelen. Adrenaline en dopamine spelen hier een niet te verwaarlozen rol in en hebben een belangrijke impact op ons dagelijks welzijn.
Bronnen:
De cirkel van stress, trauma en verslaving | Mens en Gezondheid: Verslaving (infonu.nl)
Dopamine: Wat is het? En wat kun je doen tegen een tekort? (zorgwijzer.nl)
Trauma en Verslaving | Informatie Connection SGGZ (connection-sggz.nl)
All Rights to share, blog and use are permitted by Universal law provided the content is copied unaltered, is distributed freely, and the author + website is mentioned. Tara Mergeay www.adoptiecoach.be
De onderschatting van geadopteerden in het onderwijs: de cruciale rol van taal en IQ-percepties
De invloed van taal op de identiteitsvorming van geadopteerden heeft ook een invloed op het onderwijs. Daar bestaat namelijk vaak de neiging om deze kinderen te onderschatten, met name op het gebied van intelligentie (IQ). Het is van essentieel belang om de rol van taalachterstand te erkennen en te begrijpen hoe deze percepties het onderwijs van geadopteerden beïnvloeden.
België heeft net zoals vele landen een koloniaal verleden en dat heeft tot op de dag van vandaag nog altijd een invloed op de kansen van buitenlandse mensen met een donkerdere huidskleur. De ‘color bias’ met betrekking tot het IQ van deze mensen is gebaseerd op raciale vooroordelen en stereotypen. Het is belangrijk om te benadrukken dat het idee waarbij huidskleur van invloed is op het IQ, wetenschappelijk ongegrond is en sterk wordt afgekeurd door de wetenschappelijke gemeenschap. De basis van koloniaal denken is dat men er vanuit gaat dat ‘donker’ gekleurde mensen dommer zijn dan blanken. De blanken vonden het in dat opzicht gerechtvaardigd om ‘donker’ gekleurde mensen herop te voeden volgens hun wetten, normen en waarden. Deze onterechte en schadelijke overtuigingen en vooroordelen over de intellectuele capaciteiten van mensen op basis van hun huidskleur hebben geleid tot ongelijke behandeling, discriminatie en sociaal onrecht.
In de jaren 1980-1990, toen ik aan mijn schoolcarrière begon, bestond die ‘color bias’ nog steeds. Ik had een achterstand op vlak van Nederlands en wiskunde (dyscalculie). Beide zijn vakken waar taal een hoofdrol speelt. Mijn (adoptie)ouders kregen te horen dat ik mijn middelbaar best zou starten in het BSO. We moesten voor mijn studies de lat zeker niet te hoog leggen want er was volgens hen geen potentieel voor hogere studies. BSO was de ideale richting met een lager ritme en lagere verwachtingen. Het zou al een hele prestatie zijn mocht ik het middelbaar volledig afronden en daarna een goede job zou vinden. Gelukkig hebben mijn (adoptie)ouders toen niet geluisterd naar dit advies van het toenmalige PMS (huidige CLB). Ik ben mijn middelbaar gestart in ASO de richting Secretariaat-Talen. In het derde jaar ben ik overgestapt naar de TSO-richting Onthaal-Public Relations en in 2004 studeerde ik, met onderscheiding, af aan de Hogeschool Leuven als Sociaal eadaptatiewetenschapper (sociaal assistent). Het is van groot belang om hier nogmaals te benadrukken dat elke vorm van generalisatie op basis van huidskleur niet alleen wetenschappelijk onjuist is, maar ook schadelijk en onethisch.
De valkuil van vooroordelen
Geadopteerde kinderen worden vaak geconfronteerd met vooroordelen over hun IQ als gevolg van een taalachterstand die voortkomen uit hun complexe achtergronden. Het is echter van cruciaal belang dat onderwijsinstellingen verder kijken en de diverse intelligentievormen en het potentieel van deze kinderen erkennen.
Het gevaar van het vasthouden aan vooroordelen over het IQ van vooral buitenlandse geadopteerde kinderen ligt in het creëren van een selffulfilling prophecy. Door lage verwachtingen te koesteren, kunnen onderwijsprofessionals onbedoeld het potentieel van deze kinderen beperken, wat een onrechtvaardige impact heeft op hun academische ontwikkeling.
Taalachterstand versus Intelligentie
Het onderwijs kan een leidende rol spelen in het deconstrueren van de misvatting dat taalachterstand synoniem staat met een lager IQ. Taalvaardigheid en intelligentie zijn niet eenduidig met elkaar verbonden. Geadopteerde kinderen kunnen briljante denkers zijn, maar hun potentieel kan onopgemerkt blijven als de nadruk ligt op taalachterstand.
Het ontwikkelen van inclusieve evaluaties en ondersteuningsmechanismen is van cruciaal belang. Het onderwijs moet methoden implementeren die rekening houden met de diverse taalachtergronden van geadopteerde kinderen. Individuele beoordelingen, aangepaste leerplannen en taalondersteunende programma's kunnen de weg effenen voor een eerlijke evaluatie van hun intelligentie.
Verhoogd bewustzijn bij leerkrachten
Leerkrachten spelen een sleutelrol in het veranderen van deze percepties. Verhoogd bewustzijn over de unieke uitdagingen waarmee geadopteerde kinderen worden geconfronteerd, met de nadruk op taalachterstand, zal leiden tot een meer empathische en effectieve benadering van hun academische groei.
Het onderwijs moet een paradigmaverschuiving ondergaan in de perceptie van geadopteerde kinderen. Taalachterstand mag niet langer gezien worden als een belemmering voor intelligentie, maar als een uitdaging die met de juiste ondersteuning kan worden overwonnen. Zo kan het onderwijs een omgeving creëren waarin elk kind, ongeacht zijn achtergrond, de kans krijgt om zijn volledige potentieel te bereiken.
All Rights to share, blog and use are permitted by Universal law provided the content is copied unaltered, is distributed freely, and the author + website is mentioned. Tara Mergeay www.adoptiecoach.be
Persoonlijke verhalen
Kintsugi
Als mens, en zeker als adoptiecoach moet je constant openstaan voor het leren van nieuwe technieken, nieuwe principes en nieuwe culturen. Gelukkig ben ik nieuwsgierig van aard en houd ik ervan om nieuwe zaken te leren en te ontdekken. De voorbije maanden heb ik me verdiept in een kunst dat gezien kan worden als coping mechanisme en als metafoor. Het gaat om Kintsugi, ook wel bekend als Kintsukuroi of de ‘gouden reparatiekunst’.
Het concept waar Kintsugi op steunt is het benadrukken van onvolkomenheden, het visualiseren van reparaties en naden als een toevoeging die we moeten vieren. De focus ligt dan niet meer op de afwezigheid of ontbrekende stukken. Moderne kunstenaars en ontwerpers experimenteren met de oude techniek als een middel om het idee van verlies, synthese en verbetering door vernietiging en herstel of wedergeboorte te analyseren.
Wat is, in mijn ogen, de link tussen Kintsugi en adoptie?
Adoptie voelt voor mij vaak aan als leven in 2 werelden. In de ene wereld zijn je biologische familieleden vreemden voor je geworden en in de andere wereld zijn vreemden jouw familie geworden. Hierdoor ontstaat het gevoel dat je nergens volledig bij hoort, noch op vlak van DNA noch in de gemeenschap. De Indische gemeenschap zal me nooit aanvaarden als een volwaardige Indische net zoals de Belgische gemeenschap me nooit zal aanvaarden als een volwaardige Belg. Uit een vorm van radeloosheid en troost om ergens toch bij te horen, label ik mezelf als “kind van de wereld”. Een label dat misschien wel mijn eigen gouden randje is?
Als tiener en zelfs als jonge volwassene keek ik met een redelijk beperkte blik naar adoptie omdat mijn wereld toen nog vrij klein was. Er was nog geen internet en mijn kennis bestond uit wat ik leerde op school, zag op tv en wat ik zelf had ervaren tijdens het reizen met het gezin in Europa en de VS. Nu, als volwassene, besef ik pas hoe ik als kind en tiener ook heel ‘wit’ naar de wereld keek door de ogen van de ‘blanke’. Ik wil hier, voor alle duidelijkheid, niet racistisch overkomen. Het is echter een feit dat wanneer je opgroeit en leeft in een dominant blanke gemeenschap, waar al jouw rolmodellen die mee instaan voor je opvoeding blank zijn, je ook heel wat zaken, zoals bijvoorbeeld geschiedenis, leert benaderen als blanken met een diep gewortelde ‘koloniaal White saviour’ manier van denken. Iets dat voor vele blanken vandaag nog steeds een blinde vlek is. Nogmaals, ik wil hier geen racistische kaart uitspelen. Ik erken gewoon het belang dat mensen eerlijk toegeven door welke bril men kijkt en dat er vele verschillende brillen zijn. Daarom vond ik toen ook dat adoptie gelijk stond met de filosofie dat “(arme) kinderen uit ‘ontwikkelingslanden’ nieuwe kansen krijgen”. En wat kan daar nu mis mee zijn? Want ik heb het hier goed dankzij prachtige mensen in mijn leven die ik mama, papa en broer mag noemen. Ook ik zag adoptie dus door een roze geromantiseerde naïeve en zelfs koloniale bril.
Tot en met 2010 bleef dat deels mijn overtuiging maar eind 2010 veranderde mijn wereld en met als gevolg ook die bril. De vaste grond die ik 28 jaar had gekend werd een zee van drijfzand. Ik viel in een diep zwart gat. Het was dan wel geen zware depressie maar wel een kolossale (adoptiegerelateerde) identiteitscrisis. Ik voelde me net als een porseleinen pop die in 1001 stukjes was gevallen en geen enkele scherf paste nog. Sommige stukken voelden vreemd en pijnlijk aan, andere stukjes bleken een verrassing. Wat ik 28 jaar lang als een karaktertrek zag, bleek aangeleerd gedrag te zijn. Aangeleerd gedrag met wortels die zo diep verankerd waren in trauma veroorzaakt door adoptie en de bijhorende afstand. Zoals ik in mijn blog “Slapen met mijn ogen open” vertelde is er in de eerste plaats afstand bij elke adoptie. Verlatings- en bindingsangst, pleasegedrag, groot verdriet en eenzaamheid bleken diepe blinde vlekken die ineens als een waterval over me heen walsten.
7 jaar lang raapte ik moeizaam elk scherfstukje op, schaafde hier en daar de randen wat bij en puzzelde ik zo een nieuwe Tara in elkaar. De Tara die mensen nu zien is het eindresultaat. Het is een Tara waarvan de meeste stukjes samenhangen met goud. Hoe raar het ook klinkt, ik ben ontzettend dankbaar dat ik die crisis ben doorgegaan. Het was de noodzakelijke wake-upcall die me onrechtstreeks heeft beschermd tegen een toekomstig ‘ongelukkig leven’ gebouwd op pleasegedrag en naïviteit. Ik ben liever een persoon die in elkaar zit dankzij tal van scherven met gouden randjes maar daardoor in het leven staat met een genuanceerde en kritischere blik. Vandaag weet ik wie ik ben, wat ik wil en jaag ik mijn EIGEN dromen op een realistische manier na zonder keuze of spijt wanneer het gewenste resultaat uitblijft. Ik heb geleerd om mijn adoptie en afstand op zo’n manier te plaatsen dat het me niet meer constant blokkeert in mijn functioneren. Uiteindelijk heeft het zelf geleid naar mijn beroep als adoptiecoach.
Dat is wat ik in mijn praktijk ook wil bereiken voor elke klant die tegenover mij zit. Ik zie veel mensen in mijn praktijk die psychologisch en emotioneel in stukjes liggen. Gebroken door verdriet, frustratie, onmacht, het gebrek aan (h)erkenning… Ze zijn er soms radeloos van en hopen dat ik kan helpen. Je gaat me nooit horen claimen dat ik jou als coach volledig naadloos terug in elkaar kan zetten. Maar ik beloof wel dat we samen gaan kijken naar welke stukjes nog bruikbaar zijn en welke stukjes misschien wat bijgeschaafd moeten worden. Samen lijmen we dan alles samen met een gouden randje zoals jij het wilt. Benieuwd naar hoe ik tewerk ga? Dat vertel ik je graag in mijn volgende blog.
Bronnen:
https://youtu.be/cL9qvklcNTY?feature=shared (tedtalk)
Boek: IKIGAI (the Japanese secret to a long and happy life, Hector Garcia and Francesc miralles)
Foto: Kintsukuroi art - kintsukuroi tattoo inspiration | Kintsugi art, Kintsugi, Amazing art (pinterest.com)
All Rights to share, blog and use are permitted by Universal law provided the content is copied unaltered, is distributed freely, and the author + website is mentioned. Tara Mergeay www.adoptiecoach.be
Rechten en plichten
Minder rouwverlof voor geadopteerden
Rouwverlof is volgens de wet ‘een specifieke termijn naargelang de graad van verbinding’ die de werkende mens krijgt om te rouwen bij het verlies van een dierbare persoon. We kennen daarnaast ook de redenering dat er op rouwen geen tijdslimiet staat, de ene persoon heeft namelijk meer tijd nodig om te rouwen dan de andere. Sommige rouwen weken, anderen maanden en soms zelfs levenslang. Ondanks dat we dat ergens wel begrijpen, wordt er psychologisch en maatschappelijk toch een ongeschreven ‘bepaalde periode’ in gedachten gehouden wanneer we spreken over rouwtijd. Er wordt al snel gezegd “het leven gaat verder, nu jij nog”. Voor de werkende bevolking heeft men zelfs een specifieke ambtelijke bewoording voor het rouwverlof: ‘klein verlet’. Persoonlijk vind ik die formulering een kwetsende minimaliserende verwoording van verdriet.
Valt u trouwens iets op wanneer we de wettelijke verloven onder de loep nemen? Namelijk dat het vooral gaat over ‘rechtstreekse’ familie. Dat brengt ons meteen bij het thema van deze blog én pijnpunt voor de geadopteerde ‘rechtstreekse’ familie.” Op deze pagina van de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg lezen we het volgende: “Vanwege de adoptieprocedure worden de bloedbanden vervangen door juridische familiebanden, hierdoor vervalt ook het recht op verlof bij rouw. Ze worden eerste graad kind van hun adoptieouders, maar blijven juridische gezien een persoon met een migratie achtergrond. “ Is het verkeerd als ik interpreteer dat de wetgeving zegt dat bloedverwantschap ondergeschikt is aan juridische familiebanden? Het is volgens mij nog straffer want eigenlijk wordt het verliezen van onze biologische familie aanzien als minderwaardig waardoor we geen recht op rouwverlof hebben omdat we juridisch gezien geen familie meer zijn. Nochtans is de impact van het verlies van de biologische ouders even groot als de impact van het verlies van onze wettelijke familie, en zo enorm voelbaar op alle vlakken van ons leven (emotioneel, fysiek, mentaal, relationeel, identiteitsontwikkeling…).
Mensen staan er niet bij stil dat geadopteerden vaak meerdere malen rouwen om het gemis van ‘ouders’ in ons leven. Voor elke adoptie is er eerst een afstand. Met andere woorden we rouwen om hun afwezigheid tijdens ons leven. Daarna rouwen we opnieuw om het fysieke gemis als gevolg van de dood. Daarnaast rouwen we vaak om het verlies van meerdere ouderparen: biologische ouders, adoptieouders en voor velen ook nog eens de schoonouders.
Geadopteerden rouwen in stilte en onder (tijds)druk! Voor ons bestaat er geen rouwverlof voor het verliezen van onze identiteit en/of verloren familie, dat verlies wordt niet erkend. Er zijn dan ook geen (erkende) rituelen voor geadopteerden om het verlies van biologische familie, hun oorspronkelijke zelf, te kunnen plaatsen, laat staan verwerken. Bovendien is het, zoals Bina de Boer schreef in één van haar blogs, “bijwonen van een uitvaart van de biologische ouders in het geboorteland vaak onmogelijk.”
Geadopteerden hebben niet dezelfde rechten als niet-geadopteerden, ook niet bij verlies en rouw. Toch krijgen adoptieouders enkele dagen adoptieverlof om zo tijd te nemen en zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Vandaag is er zelf rouwverlof voorzien voor pleeggezinnen in de Belgische wetgeving.
.Waarom krijgen geadopteerden dan geen tijd om zich in alle rust aan te passen aan zo’n nieuwe situatie als het ons te veel wordt?
Bronnen:
Artikel op psychologiemagazine.nl: Omgaan met verlies: hoe kun je rouwen?
Blog van Bina de boer (LinkedIn): https://www.linkedin.com/posts/bina-de-boer-04380018_erika-joon-hee-blikman-de-leerplichtwet-activity-7135031147658375168-RDdR?utm_source=share&utm_medium=member_desktop
All Rights to share, blog and use are permitted by Universal law provided the content is copied unaltered, is distributed freely, and the author + website is mentioned. Tara Mergeay www.adoptiecoach.be